FC 2255 W - Elektrische grasmaaier JONSERED - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FC 2255 W JONSERED in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FC 2255 W JONSERED
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FC 2255 W - JONSERED en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FC 2255 W van het merk JONSERED.
GEBRUIKSAANWIJZING FC 2255 W JONSERED
WAARSCHUWING! Motorzeisen, bosmaaiers en trimmers können gevaarlijk zijn! Slordig of onjuist gebruik kan resulteren in ernstig letsel of overlijden van de gebruiker of anderen. Het is uiterst belangrijk dat u de inhoud van de gebruikshandleiding doorleest en begri

Neem de gebruiksaaanjwizing grondig door en gebruik de machine Niet voor u alles duidelijk heeft begrepen.
Draag alti:d
- Een veiligheidshelm bij kans op vallende voorwerpen
Goedgekeurde gehoorbeschemers - Een goedgekeurde oogbescherming
Maximum toerental van uitgaande as, tpm



max 10500 rpm
Dit product voldoet aan de geldende CE-richtlijnen.

Waarschuwing voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen.

Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat erijdens het werk geen mensen of dieren dichter dan 15 meter bij de machine komen.

Machines die zich uitgerust met zaagbladen of grasmessen können met enorme kracht opzij geworpen worden, wanner het mes in contact komt mecen vast voorwerp.Dit worden terugslag genoemd.Het mes

kan een arm of been amputeren. Hou mensen en dieren altijd ten minste 15 meter bij de machine vandaan.
Gebruik aktijd goedgekeurde veiligheidshandschoenen.

Gebruik stevige antislipaarzen.
Alleen bedoeldoor nicht-metalen flexibele snijuitrusting,d.w.z. trimmerkop met trimmerdraad.


Geluidsemissieaar de omgeving volgens de richtlijnen van de Europese Gemeenschap.De emissie van de machine worden aangegeven in het hooftdstub Technische gegevens en op plaatjes.

Overige op de machine aangegeven symbolen/ plaatjes verwijzenaar specifieke eisen aan certificering op bepaalde markten.
Controle en/of onderhoud moet altijduitgevoerd worden metuitgeschakelde motor en destopschakelaar in de STOP-stand.

Gebruik alkijd goedgekeurde veiligheidshandschoenen.

Moet regelmatig schoongemaaakt worden.

Controleer met het blote oog.

Gebruik van goedgekeurde oogbescherming verplicht.

Inhoud
VERKLARING VAN DE SYMBOLEN
Symbolen 74
INHOU
Inhoud 75
Voor het starten moet u rekening houden met de volgende punten: 75
INLEIDING
Besteklant! 76
WAT IS WAT?
Wat is wat op de motorzeis? 77
Wat is wat op de motorzeis? 78
Wat is wat op de motorzeis? 79
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Belangrijk 80
Persoonlijke veiligheidsuitrusting 80
Veiligheidsuitrusting van de machine 81
Snijutrusting 84
MONTEREN
Monteren van stuur en gashandgreep 87
Transportpositie, stuur 87
Montage van snijuitrusting 88
Monteren van bladbeschemkap/ combibeschemkap, grasmaaiblad en steunschotel met kogellagers 88
Monteren van bladbeschemkap en zaagblad .... 89
Het hakmes en de hakmesbeschemkap aanbrengen (MC2255) 90
Monteren van overige beschem-kappen en snijuitrustingen 90
Aanpassen van draagstel en motorzeis 91
Vectordraagstel 91
BRANDSTOFHANTERING
Brandstofveiligheid 93
Brandstof 93
Tanken 94
STARTEN EN STOPPEN
Controle voor het starten 95
Starten en stoppen 95
ARBEIDSTECHNIEK
Algemene werkinstructies 97
ONDERHOUD
Carburateur 102
Geluiddempfer 103
Koelsystem 103
Luchtfilter 104
Hoekoverbrenging 104
Aandrijfas 104
Bougie 104
Gebruik in de winter 104
Onderhoudsschema 106
TECHNISCHE GEGEVENS
EG-verklaring van overeenstemming 109
Voor het starten moet u rekening houden met de volgende punten:
Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig.

WAARSCHUWING! Langdurige blotstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging. Gebruik waarom alsijd goedgekeurde gehoorbescherming.

WAARSCHUWING! De oorspronkelijke vormgeving van de machine mag in geen enkel geval gewijzigd worden zonder toestemming van de fabrikant. Men moet algijd originele onderdelen gebruiken. Niet goedgekeurde wijzigingen en/of Niet-originele onderdelen kunten tot ernstige verwondingen of de dood van zowel gebruiker als omstanders leiden.

WAARSCHUWING! Een motorzeis, bosmaier of trimmer kan bij onjuist of slordig gebruik een gevaarlijk gereedschap zich, dat ernstig letsel of het overlijden van de gebruiker of anderen kan verroorzaken. Het is van het grootste belang dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing doorleest en begrijpt.
INLEIDING
Beste klant!
Gefeliciteerd met de aankoop van een Jonsered-product!
We zijn ervan overtuigd dat u de kwaliteit en prestaties van ons product gedurende een langeperiode maar volle tevredenheit zult waarden. Door de aankoop van eén van onsste producten krijt u de beschikking over professionele hulp bij reparations en service moct er toch iets geleuren. Wanner u de machine Niet heeft gekocht bij een van ons once erkende dealers, kurz u hen vragen aan deichtstbijzijnde serviceworkplaats.
Wij hapen dat u tevreden zult zich met uw machine en dat deze u gedurende langeijd zal vergezellen. Denk erom dat deze gebruiksaanwijzing een waardevol document is. Door de inhoud (gebruik, service, onderhoud enz.) te volgen kutu u delevensduur van uw machine en de tweedehandes Waarde aanzienlijk verlengen. Mocht u uw machine verkopen moet u ervoor zorgen de gebruiksaanwijzing aan de新形势下 eigenaar over te dragen.
Succes met het gebruik van uw Jonsered-product!
Jonsered werkkt voortdurend aan het verder ontwikkelen vanhaar producten en houdt zich dan ook hetrecht voor om zonder aankondiging vooraf wijzigingen in o.a. vorm en uiterlijk door te voeren.
WAT IS WAT?






Wat is wat op de motorzeis? (BC2255)
1 Borgmoer
2 Hoekoverbrenging
3 Bijvulopening smeermiddel, hoekoverbrenging
4 Steel
5 Handvastelling
6 Ophanging voor draagstel
7 Brandstoftank
8 Cylinderkap
9 Bougiekap en bougie
10 Starthendel
11 Luchtfilterdeksel
12 Stur
13 Brandstofpomp
14 Decompressieklep
15 Chokehendel
16 Stopschakelaar
17 Startgasknop
18 Gashendelvergrendeling
19 Afstellen gaskabel
20 Gashendel
21 Trimmerkop
22 Platte ring
23 Meenemer
24 Beschermkap voor snijuitrusting
25 Borgschoef
26 Steunkop
27 Steunflens
28 Grasmaaiblad
29 Transportbescherming
30 Inbussleutel
31 Carburateurschroevendraaier
32 Borgpen
33 Bladmoersleutel
34 Gebruksaanwijzing
35 Draagstel
WAT IS WAT?







Wat is wat op de motorzeis? (FC2255, FC2255W)
1 Borgmoer
2 Hoekoverbrenging
3 Bijvulopening smeermiddel, hoekoverbrenging
4 Steel
5 Schakelaar voor handvatverwarming (FC2255W)
6 Gashendel
7 Stopschakelaar
8 Gashendelvergrendeling
9 Handvatinstelling
10 Ophanging voor draagstel
11 Brandstoftank
12 Cylinderkap
13 Bougiekap en bougie
14 Starthendel
15 Luchtfilterdeksel
16 Stur
17 Brandstofpomp
18 Decompressieklep
19 Chokehendel
20 Steunflens
21 Zaagblad
22 Meenemer
23 Beschemkap voor snijuitrusting
24 Transportbescherming
25 Gebruiksaaanwijzing
26 Inbussleutel
27 Carburateurschroevendraaier
28 Borgpen
29 Bladmoersleutel
30 Draagstel
WAT IS WAT?


Wat is wat op de motorzeis? (MC2255)
1 Hoekoverbrenging
2 Bijvulopening smeermiddel, hoekoverbrenging
3 Steel
4 Handvatinstelling
5 Ophanging voor draagstel
6 Brandstoftank
7 Cylinderkap
8 Bougiekap en bougie
9 Starthendel
10 Luchtfilterdeksel
11 Stur
12 Brandstofpomp
13 Decompressieklep
14 Chokehendel
15 Stopschakelaar
16 Startgasknop
17 Gashendelvergrendeling
18 Afstellen gaskabel
19 Gashendel
20 Beschermkap voor snijuitrusting
21 Borgmoer
22 Meenemer
23 Hakmes
24 Steunflens
25 Transportbescherming
26 Inbussleutel
27 Carburateurschroevendraaier
28 Borgpen
29 Bladmoersleutel
30 Gebruiksaaanwijzing
31 Draagstel
Belangrijk
BELANGRIJKI
De machine isuitsluitend bedoeld voor het trimmen van gras, het maaien van gras en/of het vellen vankleine bomen.
De enige accessoires waarvoor u de motorenheid als aanrijefeenheid mag gelebruiken zichn de snijuitrustingen die aanbevolen worden in het hoofdstuk Technische gevevens.
Gebruik de machine nooit als u moe bent, alcohol heeft gedronken of medicijnen hath ingenomen die uw gezichtsvermögen, beoordealingsvermögen of coordinativermögen negatif bevinoledoen.
Draag algijd persoonlijke verilgheidsuitrusting. Zie instructies in het hoofdstuk "Persoonlijke verilgheidsuitrusting".
Gebruik nooit een machine die zo gewijzigd is dat ze Niet langer overeenkomt met de originele uitvoering.
Gebruik nooit een machine die defect is. Volg de onderhouds-, controle- en service-instructies van deze gebruiksaanwijzing. Bepaalde onderhouds- en servicemaatregelen要去 uitgevoerd worden door opgeleide in gekwalificierde specialisten. Zie instructies in het hoofdstuk Onderhoud.
Alle deksels, beschermingen en hendels要去en aangebracht� u start. Verzeker u ervan dat de bougiedop en ontstekingskabel onbeschadig� zijn om het risico van een elektrische schok te voorkommen.
Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat er geen mensen of dieren tijdens het werk richter dan 15 meter bij de machine komen. Indien Meerdere gebruikers opdezelfde werkplek werken, moet de veiligheidsafstand in ieder geval de dubbele boomlente bedragen, maar altijd minimaal 15 meter.

WAARSCHUWING! Het ontstekingssysteme van deze machine produeertijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden pacemakers storen. Om het risico van ernstig of fataal letsel te verminderen, raden wij aan dat personen met een pacemaker contact opnemen met hun arts en de fabrikant van de pacemaker voor ze deze machine gaan bedieren.

WAARSCHUWING! Een motor latent lopen in een afgesloten of slecht gesventileerde ruimte kan dodelijk ongelukken veroorzaken door verstikking of koolmonoxidevergiftingig.
Persoonlijke veiligheidsuitrusting
BELANGRIJK!
Een motorzeis, bosmaaier of trimmer kan bij onjuist of slordig gebruik een gevaarlijk gereedschap zich, dat ernst letsel of het overlieden van de gebruiker of anderen kan veroorzaken. Het is van het grootste belang dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing doorleest en begrijpt.
Bij al het gebruik van de machine moet goedgekeurde personlijke beschermingsuitrusting gebruikt worden. Persoonlijke beschermingsuitrusting elimineert de risico's Niet, maar vermindert het schadelijk effect in geval van een onceval. Vraag uw dealer om raad wanneer u uw utrusting koopt.

WAARSCHUWING! Wees altijd bedacht op waarschuwingssignalen of geroep wanneer u gehoorbescherming gekruikt. Doe de gehoorbescherming altijd af zodra de motor is gestopt.
HELM
U要去enhelm dragenals de stammen die u doorzaagt hoger dan 2m+zijn.

GEHOORBESCHERMING
U moet gehoorbescherming met voldoende dampvermogen dragen.

OOGBESCHERMING
Gebruik altiqd goedgekeurde oogbescherming. Wanner u een vizier gebruikt moet u ook een goedgekeurde veiligheidsbril gebruiken. Met een goedgekeurde veiligheidsbril worden een bril bedoeld die voldoet aan norm ANSI Z87.1 voor de VS en EN 166 voor de EU-landen.


HANDSCHOENEN
Draag handschoenen indien nodig, b.v. wanner u de snijuitrusting monteert.

LAARZEN
Gebruik laarzen met stalen neus en anti-slip zool.

KLEDEDING
Draag kleding van stevige stof en draag geen loszittende kleding die gemakkelijk vast kan haken in takken en struikgewas. Draag altijd een stevige lange broek. Draag geen sieraden, korte broek of sandalen en loop Niet op blote voeten. Zorg ervoor dat uwhaar Niet lager dan uw scholders hangt.
EHBO-KIT
U moet.altijd een EHBO-kit bij de hand hebben.

Veiligheidsuitrusting van demachine
In dit hoofdstuk worden verklaard wat de veiligheidsonderdelen van de machine zich, welke functie ze hebten en hoe de controle en het onderhoud要去en uitgevoerd worden om hun goede werkung veilig te stellen. Bekijk het hoofdstuk Wat is wat? om te zien waar deze onderdelen zich bevinden op uw machine.
De levensduur van de machine kan worden verkort en het risico van ongelukken kan toenemen wanner het onderhoud aan de machine Niet op de juiste manier worden uitgevoerd en wannerne service en/of reparaties nicht vakkundig worden gedaan. Indien umeer informatie nodig heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met de dichtstbijzijnde serviceworkplaats.
BELANGRIJKI
Om service en reparations aan de machine uit te voeren, moet u een speciale opleding hebben. Dit geldt vooral voor de veiligheidsuitrusting van de machine. Als de machine eén van de volgende controles Niet goed doorstaat, moet u ermee maar uw serviceworkplaats gaan. Als u eén van once producten koopt, garandeert dit dat de reparations en service door een vakmanuron worden uitgevoerd. Als u uw machine heeft gekocht bij eén van once dealers die geen serviceworkplaats heeft, vraag hem dan waar de dichtstbijzijnde erkende werkplaats is.

WAARSCHUWING! Gebruik de machine nooit wanneer de verilgheidsuitrusting defect is. De verilgheidsuitrusting van de machine moet gecontroleerd en onderhoden worden zoals beschreiben in dit hofstuk. Als uw machine Niet door alle controles komt, moet u ermee maar uw serviceworkplaats voor reparatie.
Gashendelvergrendeling
De gashendelvergrendeling is geconstruereeord om onopzettelijkke activering van de gashendel te voorkomen. Wanner de vergrendeling (A) in het handvat wordt gedrukt (= wanneer men het handvat vasthoudt) worden de gashendel ontkoppeld (B). Wanner men het handvat loslaat, gaan zowel de gashendel als de gashendelvergrendeling terug maar hun respectievelijke beginpositions. Dit geleurt via twee van elkaar onafhankelijkte terugspringveersystemen. Deze positie houdt in dat de gashendel automatisch vergrendeld worden op stationair draaien.


Controleer of de gashendel vergrendeld is in de stationaire stand wanner de gashendelvergrendeling in de oorspronkelijke stand staat.


Druk de gashendelvergrendeling in en controllere of ze teruggaat waar de oorspronkelijke positie wonneer uhaar loslaat.


Controleer de gashendel en de gashendelvergrendeling vlot lopen en of hunt terugspringveersystemen werken.


Zie instructies in het hoofdstuk Start. Start de machine en geef vol gas. Laat de gashendel los en controllere of de snijuitrusting stopt en stil blijft staan. Als de snijuitrusting roeteert wanner de gashendel in de stationaire stand staat, moet de stationairstand van de carburateur gecontroleerd worden. Zie instructies in het hoofdstuk Onderhoud.


Stopschakelaar
De stopschakelaar要去 gebruikt worden om de motor uit te schakelen.

Start de motor en contrôleer de motor wordtuitgeschakeld wanneer de stopschakelaar in destopstand worden gezet.
Beschemkap voor snijuitrusting

Deze beschermkap voorkomt dat losse voorwerpen in de richting van de gebruiker worden geslingerd. De beschermkap voorkomt tevens dat de gebruiker in aanraking komt met de snijuitrusting.

Controleer of de beschemkap Niet beschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de beschemkap als ze gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft.
Gebruik aktijd de aanbevolen beschemkap voor die specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk Technische gegevens.

WAARSCHUWING! Onder geen bedding
mag snijuitrusting worden gebruikt
zonder dat een goedgekeurde
beschemkap is gemonteerd. Zie het
hoofdstuk Technische geveens. Indien
een verkeerde of defekte beschemkap
wordt gemonteerd, kan dit ernstige
verwondingen verroorzaken.
Trillingdempingssysteme

Uw machine is uitergerust met een trillingdempingssystem dat geconstruereeerd is om zo trillingvrij en comfortabel möglichk met de zaag te konnen werken.

Het gebruik van een verkeerd gewikkelde draad of verkeerde snijuitrusting verhoort het trillingsniveau. Zie instructies in het hoofdstuk Snijuitrusting.
Het trillingdempingssystem van de machine redueert het overbrengen van de trillingen van de motorenheid/ snijuitrusting op de handvateenheid van de machine.

Controleer het trillingdempingselement regelmatig op materiaalbarsten en verrormingen. Controleer of de trillingdempingselementen heel zijn en goed vast zitten.

WAARSCHUWING! Als men teveel worden blotgesteld aan trillingen, kan dit tot bloedvat- en zenuwbeschadigingen leiden bij Personen die een slechte bloedcirculatie hebben. Consalteer uw dokter wanner u symptomen heeft die gekoppeld kuren worden aan te grote blootstelling aan trillingen. Zulke symptomen zich: slapen, geen gevoel, "kriebels", "speldeprikken", bijen, geen of vermindering van kracht, huidverkleuringen of veranderingen van het huidopppervlak. Deze symptomen hebben meestal betrekking op vingers, handen of polsen. De risico's kuren bij rage temperaturen toenemen.
Snelontgrendeling
Vooraan zit een makkelijk bereikbare snelontgrendeling als veiligheidsmaatregel indien de motor vlam vat of in een andere situatie waar men zich snel van de machine en het draagstel moet ontdoen. Zie aanwijzingen in het hoofdstuk Aanpassen van draagstel en motorzeis. Op sommige draagstellen zit ook een snelontgrendeling aan de ophanghaak.


Controleer of de riemen van het draagstel juist zitten.
Wanneren het draagstel en de machine afgesteld zijn,
moet u controlleren of de snelontgrendeling van het draagstel werkt.
Geluiddemper



De geluiddempers werd ontworpen om het geluidsniveau zo laag möglich te houden, en om de uitlaatgassen weg te richten van de gebruiker. Geluiddempersuitgerust met katalysator onsijk ontworpen om schadelijke stoffen in de uitlaatgassen te reduceren.

In landen met een warm en droog klimaat is het risico op brand erg groot. Wij hebdenaarom de geluideddempersuitgerust met een zogenaamd vondenkopvangnet.
Controleer of de geluidemper van uw machine uitgerust is met zo'n net.


Voor geluideddempers is het erg belangrijk dat de controle, onderhouds- en service-instructies geolgd worden. Zie de instructies in het hoofdstuk Controle, onderhoud en service van de veiligheidsuitrusting van de machine.
Gebruik de machine nooit wanner de geluiddempo defect is.

Controller regelmatig of de geluidemper vastzit in demachine.
Als de geluidddemper van uw machine uitgerust is met een vondenopvangnet, moet dit regelmatig schoongemaaKT worden. Een verstopt net leidt tot oververhitting van de motor wat tot ernstige beschadigingen van de motor leidt.


WAARSCHUWING! Tijdens het gebruik en eenijdje daarna is de geluiddempo met katalysator erg warm. Dit geldt ook bij stationair draaien. Aanraking kan brandwonden aan de huid veroorzaken. Denk om het brandgevaar!

WAARSCHUWING! De binnenkant van de geluiddempo bervat chemaliën die kankerverwekkend hunnen.Zimijd contact met deze elementen wanner de carburateur is beschadigd.

WAARSCHUWING! Denk erom dat: De uitlaatgassen van de motor zijn heet en hunnen vonden bevatten die brand hunnen verroorzaken. Start de machine waarom nooit binnenshuis of in de buurt vanlicht ontvlambaar materiaal!
Borgmoer

Voor een bepaald type snijuitrusting worden borgmoeren gezruikt bij het vastzetten.

Bij montage draait u de moer gegen de rotatierichting van de snijuitrusting in. Bij verwijderen draait u de moer los in de rotatierichting van de snijuitrusting. (N.B! De moer heeft links schroefdraad.) Bij het los- en vastdraaien van de zaagbladmoer zou u zich kunden verwonden aan de zaagtanden. Zorg er waarom altijd dat uw hand door de beschemkap worden afgeschermd bij dit werk. Dit is makkelijker bij gebruik van een lange dopsleutel. De pijl op de afbeelding LAST zien in welk gebued u de dopsleutel moet honden bij los- resp. vastdraaien van de moer.


De nylon borging van de borgmoer mag Niet zo versleteen zich dat ze met de vingers vast- of losgeschroefd kan worden. De borging moet ten minste 1,5 Nm houden. De moer moet verrangen worden nadat ze ca. 10 keer los en vast is geschroefd.
Borgschoef

Voor een steunschotel met kogellagers要去 de borgschoef worden vastgedraaid.

Snijuitrusting
In dit hoofdstuk worden behandeld hoe u door het juiste onderhoud en door het juiste type snijuitrusting te gebruiken:
- Het terugslagrisico van uw machine redueert.
- Een maximum zaagprestatie krijgt.
- De levensduur van de snijuitrusting verlengt.
BELANGRIJK!
Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschemkap! Zie het hoofdstuk Technische gegevens.
Zie instructies voor snijuitrusting voor het correct invoeren van de draad en de keuze van de jeiste draadiameter.
Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen! Volg waar voor unsere aanbevelingen op. Zie ook de instructie op de verpakking van het blad.
Zorg ervoor dat de schranking correct is! Volg onsze instructies en gebruik de door ons aanbevolen vijilmal.

WAARSCHUWING! Schakel altijd de motor uit voor u aan de snijutrusting begint te werken. De snijutrusting blijt roteren nadat u de gashendel heeft losgelaten. Controller of de snijutrusting volledig stilstaat en demontere de kabel van de bougie voor u aan de snijutrusting begint te werken.

WAARSCHUWING! Een defecte snijuitrusting of een verkeerd gezvijd blad verhogen het risico op terugslag.
Snijuitrusting
Een zaagblad is bedoeld om te worden gebruikt voor het afzagen van houtachtig materiaal.


Grasmaiblad en grames zichen bedoeld om te worden gebruikt voor het maaien van dikker gras.



Hakmessen zijn bestemd voor het maaien van dikker gras en bosjes.


Een trimmerkop is bedoeld voor het trimmen van gras.


Basisregels

Gebruik een snijutrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschermkap! Zie het hoofdstuk Technische gegevens.

Hou de tanden van het blad in goede staat en zorg dat ze scherp+zijn! Volg one instructtries en gebruik de aanbevolen vijlmal. Een verkeerd geslepen of beschadigd blad verhoojt het risico op ontelukken.

Hou het zaagblad correct geschrankt! Volg once instructies en gebruik het aanbevolen schrankgereedschap. Met een verkeerd geschrankt zaagblad neemt het risico toe dat het zaagblad vastloopt en terugslaat of beschadigd raakt.

Controleer de snijuitrusting op beschadigingen en barsten. Een beschadigde snijuitrusting要去 algendervangen worden.

Vijlen van grasmes en grasmaaiblad

Zie de verpakking van de snijuitrusting voor vijlen op de juiste wijze. Het blad en mes要去en met een platte vrij met enkele kapping verwild worden.
Vijl alle sneden evenveel bij om de balans te bewaren.



WAARSCHUWING! Gooi een verbogen, scheef, gebarsten, gebroken of op andere wijze beschadigd blad altijd weg. Probeer een scheef blad nooit te stellen om dit opniewu te gebruiken. Gebruikuitsluitend originèle bladen van het voorgeschreven type.
Zaagblad vrijlen

Zie de verpakking van de snijuitrusting voor vijlen op de juiste wijze.
Een juist gezijld blad is eenoodzakelijkke voorwaarde om doelmatig te kannen werkden en om onnodige slijtage van blad en motorzeis te voorkomen.

Zorg ervoor dat u een goede steun voor het blad heeft wanneer u vijt. Gebruik een 5,5 mm Ronde vrij samen met een vijhouser.

Vijlhoek 15^ .De tanden worden afwisselend waar rechts enaar links gevijd.Indien het blad erg vaak op stenen terecht gekommen is, kan het in uitzonderlijke gevalen nodig zijn om de bovenkant van de tanden bij te vijlen met een platte vijl. In dat geval要去en dat doen voor men met de Ronde vijl vrijt.En moet de bovenkant van alle tanden evenveel bijgevijd worden.

Corrigeer de schranking. Die moet 1 mm bedragen.

Trimmerkop
BELANGRIJK!
Denk er altijd om dat de trimmerdraad stevig en gelsekomatig rond de trommel worden gewiekeld, anders ontstaan er schadelijke trillingen in de machine.
- Gebruik uitsluitend de door ons aanbevolen trimmerkoppen en trimmerdraden. Ze zijn door de producent getest om bij een belpaalde motorgroote te passen. Dit is vooral erg belangrijk wanneer men een volautomatische trimmerkop gebruikt. Gebruik uitsluitend aanbevolen snijutrusting. Zie hoofdstuk Technische gevevens.

In het algemeen heeft eenkleinere machine kleine trimmerkoppen nodig en omgekeerd. Dit ormdat bij maaien met een draad, de motor de draad radiaal van de trimmerkop要去evoeren en bovendien bestand要去en tegen de waterdan het gras dat gemaad wordt.
- De lenghte van de draad is eveneens belangrijk. Een langere draad vereist een groter motorvermögen dan een korte, ook al is de diameter van de draad even groot.
Zorg ervoor dat het mes dat op de trimmerbeschemkap zit, Niet beschadigd is. Het worden gebruikt om de draad op de juiste lenghte af te snijden.
- Om de levensduur van de draad te verlengen, kut u hem een paarragen in water leggen. De draad worden dan taaier en gaat langer mee.
Monteren van stuur en gashandgreep

N.B.! Bij sommige modellen is de gashendel af fabriek gemonteerd.
- Demonteer de bout bij het Achterste gedeelte van de gashendel.
- Duw de gashendel op het rechter gedeelte van het stuur (zie afbeelding).

Zorg dat de opening voor de bevestigingsbout in het handvat boven de opening het stuur komt te liggen.
Monteer de bout opniew in de opening bij het中断ste gedeelte van het handvat.
- Schroef de bout door het handvat en het stuur. Draai vast.
Maak de knop op de stuurbevestiging los.
- Plaats het stuur zoals op de afbeelding is aangegeven. Monteer de bevestigingsonderdelen en draai de knoplichtjes vast.

Trek het draagstel aan en hang de machine aan de ophanghaak. Pas het draagstel nu aan zodate u
comfortabel aunt werken wanner de machine aan het draagstel hangt.

Draai de knop vast.
Transportpositie, stuur

- Het stuur kan gemakkelijk over de steel gedraaid worden om het transporteren en opbergen te vergemakkelijken.
- Draai de knop los. Draai de stuurboom met de wijzers van de klok mee, zodat de gashendel gegen de motor aankomt.
- Klap daarna het stuur omlaag gegen de steel. Draai de knop vast.

Monteer de transportbeveiliging op de snijuitrusting.
Montage van snijuitrusting

WAARSCHUWING!
Bij het monteren van de snijuitrusting is het zeer belangrijk dat de geleidepen van de meenemer/steunflips op de juiste manier in de centrumopening van de snijuitrusting verecht komt. Verkeerd gemonteerde snijuitrusting kan ernstige en/of dodelijkke verwondingen verooorzaken.


WAARSCHUWING! Onder geen bedding mag snijuitrusting worden gebruikt zonder dat een goedgekeurde beschemkap is gemonteerd. Zie het hoofdstuk Technische geveens. Indien een verkeerde of defeche beschemkap wordt gemonteerd, kan dit ernstige verwondingen verroorzaken.
BELANGRIJK! Om een zaag- of maaiblad te mogen gebruiken, moet de machine zich uitergerust met het juiste stuur, bladbeschemkap en draagstel.
Monteren van bladbeschemkap/ combibleschemkap, grasmaaiblad en steunschotel met kogellagers

Haak de trimmerbeschemkap/comibeschemkap (A) op de beiden haken van de plaathouder (M). Draai de beschemkap rond de steel en zet hem vast met de bout (L) aan de tegenoverligende zijde van de steel. Gebruik de borgpen (C). Leg de borgpen in de groef op de kop van de bout en zet vast. Zie afbeelding.

N.B.! Gebruik altijd de aanbevolen beschemkap voor die specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk Technische gegevens.
Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as van de hoekoverbrenging.
- Centreer de platte ring (P) op de maaibladgeleider van de meenemer.
Draai de uitgaande as rond tot een van de gaten van de meenemer met het overeekenomstige gat in het versnellingshuis samenvalt.
- Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld worden.
- Plaats het maaiblad (D) opd te meenemer (B). Zorg ervoor dat het maaiblad worden gecentreerdd door het op de geleider op de meenemer te zetten.
- Monteer de steunflens (F) op deuitgaande as, zodate davon het maaiblad aanligt.

- Schroef de steunschotel (E) op het schroefdraad van de uitgaande as (NB! Schroefdraad linksom). Zet vast met een moment van 35-50 Nm (3,5-5,0 km). Gebruik de dopsleutel die in de geredschapset zit. Let op dat de borgpen (C) voortdurend in het versnellingshuis要去 zitten om de meenemer te
vergrendelen. Hou de steel van de dopsleutel zo zich mogelijk bij de maaiblad-/combibeschemkap.


WAARSCHUWING! Zet de borgschoef (N) vast in het centrumgat van de steunschotel. Zet vast met een moment van 35-50 Nm (3,5-5,0 km), NB! Schroefdraad linksom. Wanner de borgschoef Niet in de steunschotel wordt gemonteerd bestaat het risico dat de steunschotel eraf loopt. Dit betekent ook dat het maiablad losraakt, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letstel of zelfs het overlieden van de gebruiker of anderen.
Monteren van bladbeschemkap en zaagblad

N.B.! Gebruik aktijd de aanbevolen beschemrkap voor die specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk Technische gegevens.
FC2255, FC2255W
Monteer de bladbeschemkap (A) met 4 bouten (L) volgens de afbeeling.

BC2255
Monteer de houder (R) en het deksel (J) met 2 boute (H) op het versnellingshuis.
- Bevestig daarna de bladbeschemkap (A) met 4 bouten (L) op de houder (N).

Monteer de meenemer (B) op deuitgaande as.
- Draai de bladas rond tot één van de openingsen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis.
- Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld worden.
- Plaats het blad (D) en de steunflens (F) op deuitgaande as.

- Monteer de moer (G). De moer要去en een moment van 35-50 Nm (3,5-5 kpm) vast gedraaid worden. Gebruik de dopsleutel uit het gereedschapset. Hou de steel van de dopsleutel zo zich möglich bij de bladbeschemkap vast. De moer wordt vastgedraaid wanneer de sleutel tegen de rotatierichting in worden gedraaid (NB! links schroefdraad).

Bij het los- en vastdraaien van de zaagbladmoer zou u zich kuren verwonden aan de zaagtanden. Zorg er waarom altijd dat uw hand door de beschemkap worden afgeschermd bij dit werk. Dit is makkelijker bij gebruik van een lange dopsleutel. De pij op de afbeelding laat zien in
welk gebied u de dopseutel moet houden bij los- resp.
vastdraaien van de moer.


Het hakmes en de hakmesbeschemkap aanbrengen (MC2255)
Monteer de houder (K) en het deksel (J) met 4 bouten (H) op het versnellingshuis.

- Bevestig daarna de hakmesbeschemkap (A) met 4 boutein, ringen en moeren in de houder, zoals aufgebeeld. De moeren要去en worden vastgedraaid met een moment van 6 Nm (0.6 kg-m).

Monteer de meenemer (B) op deuitgaande as.

- Draai de bladas rond tot eén van de openingsen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis.
- Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld worden.
- Plaats het hakmes (D) en de steunflens (F) op deuitgaande as.
- Monteer de moer (G). De moer要去 worden vastedraaid met een moment van 35-50 Nm (3,5-5 kg-m). Gebruik de dopsleutel uit de gereedschapset. Houd de steel van de dopsleutel zo zicht möglich bij de hakmesbeschemkap.
Monteren van overige beschemkappen en snijuitrustingen

- Monteer de trimmerbeschemkap/ combibeschemkap (A) voor het werkden met een trimmerkop/kunststof messen. Haak de trimmerbeschemkap/combibleschemkap (A) op de beiden haken van de plaathouder (M). Draai de beschemkap rond de steel enzet hem vast met de bout (L) aan de tegenoverligende zijde van de steel.
Gebruik de borgpen (C). Leg de borgpen in de groef op de kop van de bout en zet vast. Zie afbeelding.

Monteer de meenemer (B) op deuitgaande as.

- Centreer de platte ring (P) op de maaibladgeleider van de meenemer.
Draai de bladas rond tot een van de opingen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis. - Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld worden.
- Schroef de trimmerkop/kunststof messen (H) gegen de rotatierichting in op+zijn plaat.


Ga voor het demonteren in omgekeerde volgorde tewerk.
Aanpassen van draagstel en motorzeis

WAARSCHUWING! Wanner u met de motorzeis werk, moet die allijd vastgehaakt worden in het draagstel. Anders kunt u de motorzeis Niet verilig bedieren en uzelf en anderen verwonden. Gebruik nooit een draagstel met een defecte snelontgrendeling.
Vectordraagstel


Veiligheidsontgrendeling
Klap de rode vergrendelarm uit om de machine van het draagstel los te make.

Aanpassen van draagstel
1 Trek de heupband aan zodat deze stevig zit.

2 Trek de riem die rond uw borstkast loopt onder uw linkerarm aan, zodat hij Lichtjes gegen uw lichaam ligt.

3 Stel de schouderbanden zo af dat een gelijkmatige belasting worden verdirekregen.Trek de ophanghaak naar beneden om het draagstel te belasten.

4 Stel de hoogte van de ophanghaak af volgens de instructie. (Bosmaaien)
5 Wilt u de ophanghaak latent zakken voor bijv. het maaien van gras moet de riem van de ophanghaak (A) verplaatst worden maar de onderste bevestiging op de rugplaat.
6 Om meer belasting over te brengen van de schouderbanden maar de heupband, kan de elastische band (B) harder aangetrokken worden.

De juiste hoogte
1 Vellen vankleine bomen
Bij maaien in het bos要去 de machine zo in het draagstel worden gedragen dat de snijuitrusting iets waar voren neigt in verhouding tot de grond. Stel de hoogte af met de riem aan de ophanghaak op het draagstel.

2 Grasmaien
Bij werken met de motorzeis moet de machine zo in het draagstel worden gedragen dat de snijuitrusting parallel met de aarde terechtkommen.

Het juiste evenwicht
1 Vellen vankleine bomen
De machine worden gebalanceeerd door het ophangoog op de machine waar voren of maarachten te verplaatsen. Sommige modellen hebben een vast ophangoog, maar dit heeft dan meertere gaten voor de ophanghaak. De machine heeft de juiste balans wonneer hij loodrecht aan de ophanghaak hangt. Zo kan het risico dat u in eensteen zaagt minder worden, wonneer u het stuur要去 loslaten.

2 Grasmaien
Laat het blad op de geschikte maaihoogte balanceren, d.w.z. dicht bij de grond.

Brandstofveiligheid
Start de machine nooit:
1 Als u er brandstof op gemorst heeft. Neem alle gemorste brandstof af en LAST de benzineresten verdampen.
2 Als u brandstof op uzelf of op uw kleding gemorst heeft, trek schone kleding aan. Was de lichaamsdelen die in contact+zijn geweest met brandstof. Gebruik water en zeep.
3 Als de machine brandstof lekt. Controller de tankdop en de brandstoffleidingen regelmatig op lekkage.
Transport en opbergen
- Bewaar en vervoer de machine en brandstof zo, dat eventuele lekkage en dampen Niet in contact+kennen met vonden of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische machines, elektrische motoren, stopcontacten/schakelaars, verwarmingsketels e.d.
- Bij opslag en vervoer van brandstof要去en algid speciaal voor dat doel bestemde en goedgekeurdt tanks worden gebrukt.
- Als de machine gedurende langearend het gebruikt za worden, moet de brandstoffank leeggemakt worden. Vraag bij uw tankstation of bij de gemeente waar u de afgetapte brandstof kwijt kan.
Zorg ervoor dat de machine goed is schoongemaakt en dat een volledige servicebeurt is gegeven voor een langeperiode van stalling. - De transportbescherming van de snijuitrusting moetijdens vervoer of opslag van de machine altijd aangebracht�.

WAARSCHUWING! Wees voorzichtig bij het hanteren van brandstof. Denk aan de brand-, explosie- en inademingsrisico's.
Brandstof
N.B.! De machine is uitgerust met een tweetaktmotor; gebruik waarom altijd een meldsel van benzine en tweetaktolie. Om zeker te zijn van de juiste mengverhouding is het erg belangrijk dat u de hoeveelheid olie altijd nauwkeurig afmeet. Bij het mensen vankleine brandstoffhoeveelheden zullen zichs kleine afwijkingen van invloed�n op de mengverhouding.

WAARSCHUWING! Brandstof en brandstoffdampen zijn zeer brandgevaarlijk en konnen leiden tot ernstig letsel bij inademing en contact met de huid. Wees waarom voorzichtig vignne u met brandstof werk te n zorg voor goede luchtventilatie bij de brandstofhantering.
Benzine

N.B.! Gebruik aktijd met olie gemengde kwaliteitsbenzine van minimaal 90 octaan (RON). Indien uw machine is uiterust met een katalysator (zie hoofdstuk Technische geveens)要去aktijd een loodvrije met olie gemengde kwaliteitsbenzine worden gebruikt. Gelode benzine beschadigt de katalysator.
Waar milieuvriendelijk benzine, de zag. alkylaatbenzine, verkrijgbaar is, moet deze gebrukt worden.

- Het aanbevolen laagste octaangehalte is 90 (RON). Indien u de motor laat lopen op benzine met een lager octaangehalte dan 90, kan het zogenaamde kloppen optreden. Hierdoor stijgt de motortemporatuur wat tot zware motorbeschadigingen kan leiden.
- Als men voortdurend met een hoog torental werk, is het aan te raden een hoger octaangehalte te gebruiken.
Tweetaktolie
- Voor de beste resultaten en prestaties, moet u JONSERED tweetaktolie gebruiken, die speciaal wordt gemaakt voor onsze luchtgekoelde tweetaktmotoren.
- Gebruik nooit tweetaktolie die bedoeld is voor watergekoelde buitenboardmotoren, zogenaamde outboardoil (aangeduid met TCW).
- Gebruik nooit olie bedoeld voor vier-takt motoren.
- Een lage oliekwaliteit of een te rijk olie/ brandstofmengsel kan de functie van de katalysator op het spel zetten en de levensduur verminderen.
Mengverholding
1:50 (2%) met JONSERED tweetaktolie.
1:33 (3%) met andere olie, gemaakt voor luchtgekoelede tweetaktmotoren, geklassificiererd voor JASO FB/ISO EGB.
| Benzine, liter | Tweetaktolie, liter | |
| 2% (1:50) | 3% (1:33) | |
| 5 | 0,10 | 0,15 |
| 10 | 0,20 | 0,30 |
| 15 | 0,30 | 0,45 |
| 20 | 0,40 | 0,60 |
Mengen
- Meng de benzine en olie altijd in een schone jerrycandie goedgekeurd is voor benzine.
- Begin altijd met de helft van de benzine die gemengd moet worden erin te gieten. Giet er daarna de gehele oliehoeveelheid bij. Meng (schud) het brandstoffmengsel. Giet er de resterende hoeveelheid benzine bij.
- Meng (schud) de brandstofhoeveelheid goed voor u de brandstoffank van de machine vult.


- Meng Niet meer brandstof dan voor max. 1 maand nodig is.
- Als u de machine gedurende een langerearend hetniet gebruikt, moet u de brandstoffank leeg maken en hem schoonmaken.

WAARSCHUWING! De
katalysatogeluideddemper wordt erg heet,
zowel tijdens het gebruik als na het
stoppen. Dit geldt ook voor stationair
draien. Verlies het brandevaar Niet uit
het oog vooral wanneer u in de buurt
bent van brandgevaarlijke stoffen en/of
gassen.
Tanken

WAARSCHUWING! Om het risico op brand te verminderen, moet u de volgende voorzorgsmaatregelen nemen:
Rook nicht of plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof.
Tank nooit verwijl de motor draait.
Stop de motor en LAST hem voor het tanken enkele minuten afkoelen.
Open de dop van de tank voorzichtig
wonneer u wilt tanken zodat eventuele
overdruk langzaam verwijdnt.
Draai de dop van de tank goed vast na het tanken.
Verwijder de machine steeds van de tankplaats, voor u de motorzaag start.
- Gebruik een benzinetank met overvulbescherming.
- Maak de omgeving rond de tankdop schoon. Verontreinigingen in de tank können defecten veroorzaken.
Zorg ervoor dat de brandstof goed gemengd is door de jerrycan te schudden voor u de tank vult.

Controle voor het starten

- Controller het blad op barsten bij het centergat en bij de tandbodems. De barsten ontstaan meestal doordat erijdens het vrijen scherpe hoeken ontstaan zijn in de tandbodems of doordat men het blad gebruikt hebft met botte tanden. Als het blad barsten vertoont, moet het onmiddelijk verrangen worden.



- Controller de steunflens op barsten die het gevolg können zijn van materiaalmoeheid of te hard aanhalen. De steunflens要去 verrangen worden als hij barsten vertoont.

- Let erop dat de borgmoer zijn borgkracht nicht verliest. De borging van de moer要去 een borgmoment van ten minste 1,5 Nm hebben. Het aanhaalmoment van de borgmoer要去 35-50 Nm

- Controleer de bladbeschemkap op beschadigingen en barsten. Vervang de bladbeschemkap indiendez terugsslag te verduren heeft gehd of barsten vertoont.
Controleer de trimmerkop en de trimmerbeschemkap op beschadigingen en barsten. Vervang de trimmerkop of de trimmerbeschemkap indien deze terugslag te verduren haben gehad of barsten vertonen.

- Gebruik de machine nooit zonder beschemkap of een defecte beschemkap.
- Alle=kappen moeten juist gemonteerd,zijn en zonder gebreken voor de machine worden gestart.
Starten en stoppen


WAARSCHUWING! Start de machine nooit voor het complete koppelingdeksel met steel gemonteerd zijn, anders kan de koppelring losraken en persoonlijke verwondingen verooorzaten.
Verwijder de machine steeds van de tankplaats, voor u de motorzaag start. Plaats de machine op een vaste ondergrond. Let erop dat snijuitrusting geen voorwerp kan raken.
Zorg ervoor dat zich geen onbevoegden binnen het werkgebied bevinden, anders bestaat er risico voor ernstige verwondingen. De veiligheidsafstand bedraagt 15 meter.
Koude motor
Ontsteking: Zet de stopschakelaar in de startupitie.
Choke: Zet de choke-hendel (A) in de choke-positie.
Brandstofpomp: Druk een aantal malen op de rubberen balg (B) van de brandstofpomp totdat er brandstof in de balg komt. De balg hoeft nicht helemaalGVuld te worden.
Decompressieklep (C): Druk de klep in om de druk in de cilinder te verminderen en om zo het starten van de machine te vergemakkelijken. De decompressieklep要去ijd gebruikt worden bij het starten. Wanner de machine gestart is, gaat de klep automatischtering aan de beginpositie.

Warme motor
Volgdezelfdestartprocedurealsvorderkoude motor,
maarzonder dechokehendineldechokestandetzetten.
Startgas: (FC2255, FC2255W, BC2255, MC2255)
De startgasstand worden vergreten door de chokehendel in de chokestand te zetten en hem daarna terug in de beginpositie te zetten.
Startgas: (BC2255, MC2255)
Startgasstand krijgt u door eerst de gashendelvergrendeling en de gashendel in te drukken en dan de startgasknop (A) in te drukken. Laat daarna de gashendelvergrendeling en de gashendel los en dan de startgasknop. De startgasfunctie is nu geactiveerd. Om de motor wee terug te brengenaar stationair lopen drukt u de gashendelvergrendeling en de gashendel in.

Starten

WAARSCHUWING! Wanner de motor wordt gestart met de chokehendel in de choke- of startgassand begint desnijuitrusting direct te draalen.
Druk het machinelichaam met uw linkerhand gegen de grond (N.B.! Niet met uw voet!). Pak de starthendel beet, trek met uw rechterhand het starterkoord langzaam uit tot u onderstand voelt (de starthaken vrijpen in) en kaakervolgens snelle en krachtige trekbewegingen. Wikkel het startkoord nooit rond uw hand.
Zet de chokehendel onmiddelijk nadat de motor ontsteekte terug en doe hernieuwde startupgogenen tot de motor start. Wanner de motor start, geef snel vol gaz en het startgas worden automatisch uitgezet.
N.B.! Trek het starterkoord Niet volledig uit en LAST de starthendel Niet zomaar los wonneer het volledig uitygetrokken is. Dit kan tot beschadigingen van de machine leiden.


Stoppen
Stop de motor door de ontsteking af te zetten.
BC2255, MC2255

FC2255, FC2255W

Modellen voorzien van een verwarmingselement in de handgrepen hebben een schakelaar op de gashendel om de verwarming aan en uit te zetten. Het verwarmingselement zich zowel in de rechter als de linker handgraep en houdt automatisch een temperatuur van ca 70^ aan wanner de verwarming aan staat.

Algemene werkinstructies
BELANGRIJKI
In dit hoofdstuk nemen we de basisveiligheidsregels voor het werken met een motorzeis en trimmer door.
Wanneer u in een situatie belandt waar u Niet goed weet hoe u verder te werk moet gaan, moet u een expert raadplegen. Wend u tot uw dealer of uw serviceworkplaats.
Gebruik de machine nooit voor taken waarvoor u nicht voldoende gekwalificeerd bent.
Voordat u de machine gaat gebruiken, moet u begrijpen wat het verschil is:tussen bos maaien, gras maaien en gras trimmen.
Basisveiligheidsregels


1 Controller de omgeving:
- Om ervoor te zorgen dat u de controle over uw machine nicht kurz verliezen vanwege omstanders, dieren of een andere reden.
- Om te voorkomen dat mensen, dieren en overigen nicht in contact komen met de snijuitrusting of geraakt worden door losese voorwerpen die weggeslingerd worden door de snijuitrusting.
N.B.! Gebruik de machine nooit zonder de mogelijkheid hulp in te roepen in geval van noood.
2 Controller het werkgebied. Verwijder alle losse voorwerpen, zoals stenen, gebroken glas, spijkers, ijzerdraad, touw en dergelijkde, die weggeslingerd hunnen worden of vast hunnen komen zitten in de zaaguitrusting.
3 Gebruik de motorkettingzaag Niet in ongunstige weersomstandigheden. B.v. bij dichte mist, heige regen, harde wind, heige koude enz. Werken in slechte weersomstandigheden is vermoeiend en kan tot gevaarlijke situatuies leiden, zo kan de grond glad zichn, de wind de valrichting van deBoom beinvoeden enz.
4 Zorg ervoor dat u veilig kunt gaan en staan. Controller of er eventuele hindernissen zich als u onverwacht snel moet{kunnen wegkomen(wortels,
stenen, takken, kuilen, greppels enz.). Wees extra voorzichtig wanner u op hellend terrein werkt.

5 Wees extra voorzichtig wanner u in bomen zaagt die gespannen zijn. Een gespannen boom kan zowel voor als na het doorzagen in zijn normale stand terug vliegen. Als u op de verkeerdeplaats staat of de inkening op de verkeerde plaats maakt, kan dit ertoe leiden dat de boom u of de machine raakt zodat u de contrôle verliest. In beide gezallen kunt u ernstig gewond raken.

6 Zorg voor een goede balans en een stabiele houding.
7 Gebruik altiijd byeande handen om de machine vast te houden. Hou de machine aan de rechterkant van uw lichaam.

8 De zaaguitrusting moet onder taillehoogte blijven
9 Wonneer u zich verplaatst moet de motoruitgeschakeid worden. Als het om een langereverplaatsing en vervoer gaat, moet u detransportbescherming gebruiken.
10 Wanner de motor loopt, mag u de machine alleen neerzetten als u er een wakend oogje kurz op honden.
Het ABC van het zagen/maaien
- Gebruik altijd de juiste uitrusting.
Zorg ervoor dat de uitrusting altijd juist afgesteld en aangepast is.
Volg de veiligheidsvoorschriften.
Organiseer het werk goed.
Zorg ervoor dat het blad op volle toeren draait voor u begint. - Gebruik.altijd goed scherpe bladen.
Probeer om nicht in stenen te zagen.
Stuur de velrichting (maak gebruik van de wind).

WAARSCHUWING! Noch de gebruiker van de machine noch iemand anders mag proberen het afgezaagde materiaaal weg te trekken wanneer de motor de desnjuiitrusting draait, omdat dit tot ernstig letsel kan leiden.
Stop de motor en de snijuitrusting voordat u materiaial verwijdert dat rond de as van het zaagblad is gewikkeld, waar anders risico van letsel bestaat. De hoekeoverbrenging kan genuime vrij na gebruik nog warm�n. Bij contact bestaat risico van brandwonden.

WAARSCHUWING! Waarschuwing voorweggeslingerde voorwerpen. Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming. Buig nooit de beschermkap van de snijuitrusting heb. Stenen, vuil e.d. hunnen omhoog geworpen worden in uwogen en blindheid of ernstig letselveroorzaken.
Houd onbevoegden op afstand. Kinderen, dieren, toeschouwers en medewerkers要去en zich buiten de veiligheidszone van 15 m bevinden. Schakel de machine onmiddelijk uit indien iemand dichter bij komt. Draai de machine nooit rond zonder eerst te controleren of er anschter u nicht iemand zich in de veiligheidszode bevindt.

WAARSCHUWING! Soms raken takken of ges knebnld zusammen de beschemkap en de snijuitrusting. Stop altijd eerst de motor voordat u deze verwijdert.
Werkmethodes

WAARSCHUWING! Machines die zijn uitgerust met zaagbladen of grasmessen künnen met enorme kracht opzij geworpen worden, wannaer het mes in contact komt met een vast voorwerp. Dit wordt terugslag genoemd. Terugslag kan zo heftig zijn dat de machine en/of de operator in een richting geduwd worden en möglichk de controle over de machine verliest. Terugslag kan zonder waarschuwing vooraf optreden wannaer de machine blijft haken, af}saat of vastloopt. De kans op terugslag is groter in gebieden waar het moeilijk is om te zien wat u maait.
Probeer om Niet te zagen in het gebied tussen 12 en 3研究员 van het blad. Vanwege de rotatiesnelheid van het blad kan terugslag precieis in dit gebied optreden wanner men in grovere stammen zaagt.
- Voordat u begint te maaien, moet u het werkgebied controlleren: de conditie van het terrein, of het afhelt, of er stenen liggen, or of kruielen zich enz.
- Begin daarna bij het makkelijkste einde van het werkgebied om een goede opening voor het maaiwerk te krijgen.
- Werk systematisch,—heen en weer, dwars over het gebied en bestrijk bij elkne slag een gebied van ca. 4-5 m. Dan worden het volle bereik van de machine waar beiden kanten benut en de gebruiker krijgt een makkelijk en afwisseled terrein om in te werken.

- De lenghte van het pad moet circa 75m bedragen. Verplaats de brandstofvoorraad al naargelang het werk vordert.
Op hellend terrein moet u de paden loodrecht ten opzichte van de helling latenten lopen. Het is veel makkelijker om dwars over een helling te lopen dan op en neer. - De paden moeten zo lopen dat men nicht over sloten of andere hindernissen in het terrein hoeft te klimmen. Pas de paden ook aan de windomstandigheden aan
zodat de gevelde stammen in het reeds gemaaide gedeelte van het terrein valen.

Kleine bomen vellen met een zaagblad


- Wanneer u in grovere stammen zaagt, neemt het risico op terugslag toe. Vermijd dan ook in het gebied:tussen 12 en 3 ur te zagen.

- Om eenboom waar links te laten vallen, moet het onderste gedeelte van deBoom waar rechts geduwd worden. Hou het blad scheef en duw het met vaste hand schuin omlaag waar rechts. Duw tegelijkkertijd met de bladbeschemkap op de stam. Zet het blad in het gebiedtussen 3 en 5 uer. Geef volgad voordat u de stam met het blad raakt.


- Om eenBoom waar rechts te latent vallen, moet het onderste gedeelte van deBoom waar links geduwd worden. Hou het blad scheef en duw het schuin omhoog waar rechts. Zet het blad in het gebied:tussen
3 en 5 eer zodat de rotatierichting van het blad het onderste gedeelte van de boom waar links duwt.


- Om een boomrecht maar voren te latent vallen,要去 het onderste gedeelte van deBoomaar achteren getrokken worden. Trek het blad met een snelle en besliste bewegning maar achteren.

- Grovere stammen, d.w.z. stammen die geweld要去en worden,要去en van twee kanten omgezaagd worden. Beoordeel eerste in welke richting de stam要去vallen. Maak een inkeping aan de kaant waarnaar de boom要去vallen. Zaag daarna de stam door vanaf de andere kant. De druk waarmee men zaagt, moet aangepast worden aan de dikte van de stam en de hardheid van de houtsoort. Smallere stammen hebben een grotere druk nodig verwij grovere stammen minder druk nodig hebben.


- Als de stammen zich bij elkaar staan,要去 u desnelheid hieraan aanpassen.
- Als het blad vast komt te zitten, mag u de machine nooit los trekken. In dat geval konnen het blad, de haakse overbrenng, de steel of het stuur beschadigd raken. Laat de handvatten los, vrij de steel met beiden handen beet en trek de machine voorzichtig los.
Struiken maaien met zaagblad


- Smalle stammen en struikgewas要去en neergezaagd worden. Werk met zijdelingse zaagbewegingen.
- Probeer om met één beweging meerere stammen door te zagen.
Maai bij een bosje opslag alsijd eerst rond de opslag. Begin met het afzagen van hoge stobbes aan de buitenrand van het bosje om te voorkomen dat u zich vast zaagt. Kort de stobbes verrolgens af tot de gewenste hoogte. Probeer verrolgens om met het blad in het midden te komen en vanuit het centrum van het bosje te zagen. Indien het toch moeilijk maar zijn om erbij te kunnen,要去 u hogere stobbes zagen en de stammen latent vallen. Op die manier neemt het risico dat u zich vast zaagt af.

Gras maaien met grasmaialbland


- Grasmaaibladen en grasmessen mogen nicht gebruikt worden bij houtachtige stammen.
- Voor alle soorten hoog of sterk gras worden een grasmaaiblad gelebruikt.
- Het gras worden neergehaald met pendelende bewegingen maar de zijkanten, waar bij de beweging van rechtsaar links het maaimoment is en de beweging van linksaar rechts de retourbeweging. Laat de linkerkant van het blad werken (tussen 8 en 12uur).

- Indien het blad tijdens het gras maaien een ietsjes schuin waar links worden gehouden, worden het gras in een streng gelegd, hetgeen het verzamelen makkelijker maakt bijv. bij harken.
- Probeer om ritmisch te werkken. Sta stevig met uw voeten uit elkaar. Beweeg na de retourbeweging maar voren en sta verrolgenseer stevig stil.
- Laat de steunkoplicht op de grond rusten.Deze is speciala bedoeld om te voorkomen dat het blad in de grond snijdt.
- Verklein het risico dat het materiaal rond het blad worden gewonden door de volgende regels op te volgen:
1 Werk.altijd met vol gas.
2 Vermijdijdens de retourbeweging het pasgemaaide materiaal.
- Schakel de motoruit,maal het draagstel los en zet de machine op de grond voordat u het gemaaide materiajaal verzamelt.
Gras trimmen met trimmerkop


Trimmen
- Hou de trimmerkop vlak boven de grond en hoe hem schuin. Het werk worden gedaan door het uiteinde van de draad. Laat de draad in zijn eigentempo werken. Duw de draad nooit in het materiaial dat u wilt maaien.

- De draad verwijdert zonder problemen gras en onkruid naast muren, omheiningen, bomen en bloemperken, maar kan ook het tere schors van bomen en struiken en de paaltjes van omheiningen beschadigen.
- Verminder het risico van beschadiging van gewassen door de draad in te korten tot 10-12 cm en het moetertoerental te verminderen.
Schoonschrapen
- Met de schraaptechniek kan men alle ongewenste begroeing verwijderen. Hou de trimmerkop vlak boven de grond en een ifsje scheef. Laat het uiteinde van de draad gegen de grond slaan naast bomen, palen, standbeelden e.d. N.B.! Deze techniekveroorzaakt grotere slijtage van de draad.

- De draad verslijt vlugger en moet vaker aangevoerd worden wonneer men gegen stenen, bakstenen, beton, metalen omheiningen enz. werkt dan wonneer men in contact kommt met bomen en houten omheiningen.
- Bij het trimmen en schoonschapen mag u niet vol gasgeven zodat de draad langer meegaat en de trimmerkop minder slijt.
Maaien
- De trimmer is ideaal voor het maaien van gras opplaatsen waar men met een gewone gazonmaaier moeilijk bij komt. Houijdens het maaien de draad parallel met grond. Duw de trimmerkop Niet gegen de grond vrijdat dit het gazon en het gereedschap kan beschaden.

Tijdens normala maaien mag de trimmerkop Niet voortdurend in contact komen met de grond. Een dergelijk voortdurend contact kan tot beschadigingen en slijtage van de trimmerkop leiden.
Vegen
- Het ventilatoreffect van de roterende draad kan gebruikt worden en smel en gemakkelijk schoon te makesen. Hou de draad parallel met en boven de oppervlakken die schoongeveegd要去en worden en beweeg het gereedschap—heen en weer.

- Bij het maaien en vegen要去 vol gasgeven om een goed resultaat te krijgen.
Dichte begroeing vermalen met een hakmes
- De struikenmaier dient voor het 'vermalen' van begroeinge, bijvoorbeeld door hem op en neer te halen door zich begroeid grayscale en struikgewas.

- Het hakmes mag zich worden gebruikt voor vegetatie met een stam dikker dan 2 cm.
Carburateur
Uw Jonsered-product is geconstrueree and gemaakt volgens specificaties, die de schadelijke uitlaatgassen reduceren. Als de motor 8-10 tanks brandstof heeft verbruikt, is hij ingereden. Om ervoor te zorgen dat de motor optimal functioneert en zo min möglich schadelijke uitlaatgassen uitsoot na de inrijperiode, dient uw dealer/servicewerkplaat (die over een toerenteller beschicht) de carburateur af te stellen.
Werking

- Via de gasklepediening stuart de carburateur het toerental van de motor. In de carburateur worden brandstof en lucht vermingd. Dit melds (brandstof/ lucht) kan worden afgesteld. Om het maximum vermogen van de machine te konnen benutten,要去 de afstelling correct zijn.
- Afstellen van de carburateur houdt in dat de motor worden aangepast aanplaatselijke omstandigheden, b.v. klimaat, hoogte, benzine en soort 2-taktolie.
- De carburateur heeft drie afstelposities:
L = Lage toeren-naald
H = Hogetoeren-naald
T = Stelschroef voor stationair draaien

- Met de L- en de H-naalden worden dit gewenste brandstofhoeveelheid afgesteld in functie van de luchtstroom die de opening van de gaskleped生姜 toelaat. Door de schroeven met de klok mee te draaien worden het lucht/brandstofmengsel armer (minder brandstof) en door ze tegen de klok in te draaien, worden het lucht/brandstofmengsel rijker (meer brandstof). Een armer mengsel geeft een hoger torental en een rijker mengsel een lager torental.
- De T-schroef regelt de positie van de gasklebediening bij stationair draaien. Als de T-schroef met de klok mee wordt gedraaid, krijt men een hoger stationair torental en als ze tegen de klok in wordt gedraaid, een lager stationair torental.
Basisafstelling
- Tijdens het testen in de fabrik wordt de basisafstelling van de carburateur uitgevoerd. De basisafstelling is rijker dan de optimale afstelling en moetijdens de eerste uren dat de machine in werkig is, in stand worden gezchoolden. Daarna moet de fijnafstelling van de carburateur plaatsvinden. Dit moet gebeuren door een gekwalificeerdeskundig persoon.
N.B.! Als de snijuitrusting roteert bij stationair toerental, moet de T-schroef gegen de klok in gedraaid worden tot de snijuitrusting stocht.
Afstelling van het stationair toerental
Voor met het afstellen worden begonnen, moet het luchtfilter schoonং en het luchtfilterdeksel gemonteerdং.
Het stationair toerental worden afgesteld met de stationairschroef T als opniewu afstellenoodzakelijk is. Draai de T-schroef eerst met de klok mee tot de snijuitrusting begint te roteren.Draai daarna de schroef gegen de klok in tot de snijuitrusting stilstaat. Het stationair toerental is correct afgesteld als de motor in alle posities gelijkmatig draait. Er moet een goede marge+zijt tot het toerental waar bij de snijuitrusting begint te draaien.

Aanbevolen stationair toerental: Zie hoofdstuk Technische gegevens.

WAARSCHUWING! Als het stationair toerental Niet zo kan worden afgesteld dat de snijutrusting stilstaat, dient u uw dealer/servicewerkplaats te raadplegen. Gebruik de machine nooit voor deze correct is afgesteld of gerepareerd.
Afstellen van het startgastrorenal (BC2255, MC2255)
Om het juiste startgastrorenal te krijgen zit een afstelpunt aan de achterkant van de gashendel, naast de
kabel. Met deze bout (5 mm inbus) kan het startgastroerental verhoogd of verlaagd worden.

Ga als volgt te werk:
1 Laat de machine stationair lopen.
2 Druk de startgasvergrendeling in volgens de instructies bij Starten en Stopen.
3 Wanner het startgastroenteral te laag is (onder de 4000 t/min) worden de stelschroef A met de klok mee gedraaid tot de snijuitrusting begint te draaien. Schroef A verwolgens nog een 1/2 slag met de klok mee.
4 Als het startgastroerental te hoop is (hoger dan 6500 tpm), draait u de stelschroef A tegen de klok in tot de maaiuitrusting stopt. Draai stelschroef A cervolgens een 1/2 slag rechtsom aan.
Geluiddempster

N.B.! Bepaalde geluiddempers zich voorzien van een katalysator. Zie het hoofdstuk Technische gegevens om te checken of uw machine voorzien is van een katalysator.
De geluiddemper is ontworpen om het geluid van de machine te reduceren, en om de uitaatgassen van de gebruiker weg te richten. De uitaatgassen zijn zeer heet en bevatten vonden die droge en ontvlambare materiaalen in brand können steken.
Bepaalde geluiddempers zich voorzien van een speciaal vondenopvangnet. Indien uw machine uitergerust is met zo'n geluiddempers, moet u het net minstens eén keer per week schoonmaken. Gebruik bij voorkeur een stalen borstel.
Op geluidempers zonder katalysator moet het net eenkeer per week worden schoongemaakt en eventueel worden verrangen. Op geluidempers met katalysator moet het net eenkeer per maand worden gecontroleerd en eventueel schoongemaakt. Bijevt. beschadigingen aan het net moet dit verrangen worden.
Indien het net vaak verstopt is, kan dit erop duiden dat de functie van de katalysator is afgenomen. Neem contact op met uw dealer voor controle. Met een verstopt net
raakt de machine oververhit met beschadigingen aan cilinder en zuiger tot gevolg.

N.B! Gebruik de machine nooit als de geluiddempo in slechte staat is.

WAARSCHUWING! Tijdens het gebruik en een tijdje daarna is de geluiddempo met katalysator erg warm. Dit geldt ook bij stationair draaien. Aanraking kan brandwonden aan de huid veroorzaken. Denk om het brandgevaar!
Koelsysteme


Om de juiste bedrijfstemperatuur te krijgen is de machine voorzien van een koelsystem.
Het koelsysteme bestaat UIT:

1 Luchtinlaat in de starter.
2 Ventilatorschoepen op het vliegwiel.
3 Koelflenzen op de cilinder.
4 Cilinderkap (leidt de koellucht maar de cilinder).
Maak het koelsysteme een keer per week schoon met een borstel; dit moet vaker gebeuren wanner u in moeilijke omstandigheden werkt. Een vuil of verstopt koelsysteme leidt tot oververhitting van de machine waardoor de cilinder en zuiger beschadigd kannen worden.
Luchtfilter

Het luchtfilter dient regelmatig te worden schoongemaakt (stof en vuil verwijderen) om de volgende problemen te vermijden:
- Storingen van de carburateur
Moeilijkheden bij het starten
Vermogensverlies - Onnodige slijtage van de motoronderdelen.
Abnormaal hoog brandstofverbruik
Maak het filter na 25 werkuren schoon of vaker wanner u in abnormaal stoffige omstandigheden werkt.
Luchtfilter schoonmaken
Verwijder het luchtfilterdeksel en het filter. Blaas schoon met perslucht.

Hoekoverbrenging

De haakse overbrenng is af fabriek bevuld met een geschiktte hoeveeelheid vet. Voor u de machine in gebruik neemt, moet u controlleren of de overbrenng voor 3/4 bevuld is met vet. Gebruik JONSERED speciaalvet.
Het smeermittel in het transmissiehuis要去 normala gezieen alleen verrangen worden in geval van een reparatie.

Aandrijfas

Bij fulltime-gebruik moet de drijfas om de drie maanden worden ingeveet. Neem contact op met uw dealer wanneru twijfelt over de handelwijze.
Bougie

De volgende factoren zijn van invloed op de conditie van de bougie:
- Een incorrecte afstelling van de carburateur.
- Een verkeerd oliemengsel in de brandstof (te veel of verkeerde olie).
- Een vuil luchtfilter.
Deze factoren veroorzaken afzettingen op de elektroden van de bougie, wat tot motordefecten en startmoeilijkheden kan leiden.
Wanner de machine te weinig vermogen heeft, moeilijk start of onregelmatig onbelast draait, dient u alttijd eerst de bougie te controeren voor u andere maatregelen neemt. Maak de bougie schoon als ze verstoet is en controleer of de afstandussen de elektroden 0,5 mm bedraagt. De bougie要去 na een maand gebruik, of eeder indien nodig, verrangen worden.

N.B.! Gebruik steeds het correcte bougietype! Andere types können de zuiger/cilinder beschadigen. Zorg ervoor dat de bougie zag. radio-ontstoring heeft.
Gebruik in de winter
Wonneer de machine worden gebruikt bij kou of sneeuw kunnen storingen in de werkung optreden die wordenverooraakt door:
Eentelage motortemperatuar.
- ljsvorming op luchtfilter en bevriezing in de carburateur.
Men dient waarom speciale maatregelen te treffen, zoals:
- De luchtinlaat van de starter verminderen en zo de werktemperatuur van de motor verhogen.
- Verwarm de inlaatlucht aan de carburateur voor door de warmte van de motor te benutten.
Wanner u de machine gebruikt in koude en/of in de sneeuw, kurz u waar voor een speciale winterset kopen, die de volgende onderdelen bevat:

- een speciall luchtfilterdeksel zonder luchtinlaat (A)
- een kap voor de filterhouser (B)
- een kap voor het starterhuis (C)
- een speciale slijtbescherming met een luchtkanaal (D), die warme lucht van de geluidemper maar de carburateur leidt
- een special luchtfilter met grotere gaten (E)
Temperatures van 0^ of lager:
Monteer de=kappen voor het starterhuis en de lichtfilterhouser met de drie meegeleverde bouten volgens de afbeeling.

Haal het luchtfilter en luchtfilterdeksen van de machine uit elkaar. Monteer het luchtfilter en luchtfilterdeksen dat in de winterset zit.

Temperatures van -5^ oflager
Haal de slijtbescherming van de machine af enplaats de slijtbescherming uit de winterset volgens de afbeelding. Let goed op dat de monding van het luchtkanaal midden voor het gat in de luchtfilterhouser belandt.

BELANGRIJK! Bij temperaturen hoger dan -5^ of 0^ MOET de machine waar naar staandaard uitvoerig teruggebracht worden. Anders bestaat het gevaar van oververhitting, waardoor de motor ernstig beschadigd kan worden.
BELANGRIJK! Al het overige onderhoud dat Niet in dit handboek worden genoemd要去uitgevoerd worden door een erkende werkplaats (dealer).
Onderhoudsschema
Hieronder volgt een lijst van het onderhoud dat aan de machine moet worden uitgevoerd. De meeste punten staan beschrenen in het hooftdusk Onderhoud. De gebruiker mag alleen die onderhouds- en servicewerkzaamhedenuitvoeren die in deze gebruksaanwijzing worden beschren. Meer ingrijpende maatregelen要去en door een erkende serviceworkplaats worden uitgevoerd.
| Onderhoud | Dagelijks onderhoud | Wekelijks onderhoud | Maandelijks onderhoud |
| Maak de machine uittwendig schoon. | X | ||
| Controler of het draagstel Niet beschadigd is. | X | ||
| Controler of de gashendelvergrendeling en de gashendel goed werkken uitveiligheidsoogpunt. | X | ||
| Controler of het handvat en het stuur heel+zijn en goed vast zitten. | X | ||
| Controler of de stopschakelaar werkelt. | X | ||
| Controler of de snijuitrusting Niet roeteert bij stationair draaien. | X | ||
| Maak het luchtfilter schoon. Vervang het indien nodig. | X | ||
| Controler of de beschemkap Niet beschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de beschemkap als ze gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft. | X | ||
| Controler of het blad goed gegentreerd is, scherp is en geen barsten vertoont. Een slecht gegentreerd blad veroorzaakt trillingen die de machine kuren beschaden. | X | ||
| Controler of de trimmerkop onbeschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de trimmerkop indien nodig. | X | ||
| Controler of de borgmoer van de snij-uitrusting goed is vastgedraaid. | X | ||
| Bij gebruik van een steunschotel met kogellagers moet u controlleden of de borgschroeven zichn vastgedraaid. | X | ||
| Controler of de transportbeschemkap van het blad Niet beschadigd is enof ze goed kan vastgezet worden. | X | ||
| Controler of de bouten en moeren en vastgedraaid+zijn. | X | ||
| Controler of er brandstof lekt uit motor, tank of brandstoffleidingen. | X | ||
| Controler de starter en het starterkoord. | X | ||
| Controler de de trillingsdempingselementen Niet beschadigd+zijn. | X | ||
| Maak de bougie uitwendig schoon. Verwijder hem en controler de afstandtussen de elektroden. Stel de afstand in op 0,5 mm of vervang de bougie.Zorg ervoor dat de bougie zag. radio-ontstoring heeft. | X | ||
| Maak het koelsysteme van de machine schoon. | X | ||
| Maak het vondenopvangnet van de geluidemper schoon of vervang het(geldt alleen bij geluidempers zonder katalysator). | X | ||
| Maak de buitenkant van de carburateur en de directe omgeving van decarburateur schoon. | X | ||
| Controler of de haakse overbrenng voor 3/4 gemuld is met smeermiddel.Vul indien nodig bij met speciaal vet. | X | ||
| Controler of het veiligheidsmechanisme van het draagstel onbeschadigdis en goed functioneert. | X | ||
| Controler of het brandstofffilter Niet is verontreinigd en of brandstoffleidingen goed barsten of andere defecten vertoont. Vervang indien dit noodzakelijk is. | X | ||
| Controler alle kabels en aansluitingen. | X | ||
| Controler de koppeling, de koppelingsveren en koppelingsstrommel opslitage. Laat indien nodig bij een erkende serviceworkplaats verrangen. | X | ||
| Vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zag. radio-ontstoring heeft. | X | ||
| Controler het vondenopvangnet van de geluidemper en maak het eventueel schoon (geldt alleen bij geluidempers met katalysator). | X | ||
| Smeer de drijfas met speciaal vet. | Wordt om de drie maanden gedaan. | ||
| Vervang de trillingsdempers na ieder seizoen,ECHter ten minste eén keerperJAAR. | |||
TECHNISCHE GEGEVENS
Technische gegevens
| FC2255 | FC2255W | BC2255 | MC2255 | |
| Motor | ||||
| Cylinderinhoud, cm3 | 53,3 | 53,3 | 53,3 | 53,3 |
| Cylinderdiameter, mm | 45 | 45 | 45 | 45 |
| Slaglengte, mm | 33,5 | 33,5 | 33,5 | 33,5 |
| Stationair toerental, t/min | 2800 | 2800 | 2800 | 2800 |
| Aanbevolen maximum toerental, omw./min. | 13000 | 13000 | 12000 | 12500 |
| Toerental van uitgaan as, tsp | 10500 | 10500 | 10500 | 10500 |
| Max. motorvermogen volgens ISO 8893, kW/ omw./min. | 2,8/9000 | 2,8/9000 | 2,8/9000 | 2,8/9000 |
| Geluidemper met katalysator | Nee | Nee | Nee | Nee |
| Ontstekingssystem | ||||
| Producent/ontstekingssystemeotype | Walbro MB | Walbro MB | Walbro MB | Walbro MB |
| Bougie | NGK BPMR 7A | NGK BPMR 7A | NGK BPMR 7A | NGK BPMR 7A |
| Elektrodenafstand, mm | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 |
| Brandstof-/smeersystem | ||||
| Producent/carburateurtype | Walbro WT | Walbro WT | Walbro WT | Walbro WT |
| Inhoud benzinetank, liter | 1,1 | 1,1 | 1,1 | 1,1 |
| Gewicht | ||||
| Gewicht, zonder brandstof, snijuitrusting en beschemkap, kg | 9,0 | 9,2 | 9,3 | 9,4 |
| Lawaai-emissie | ||||
| (zie opm. 1) | ||||
| Geluidsvermogen, gemeten dB(A) | 116 | 116 | 119 | 119 |
| Geluidsvermogen, gegarandeerd LWA dB(A) | 117 | 117 | 120 | 120 |
| Geluidsniveau | ||||
| (zie opm. 2) | ||||
| Equivalent geluidsdrukniveau bij hetoor van de gebruiker, gemeten volgens EN ISO 22868, dB(A), min/max: | 103/107 | 103/107 | 101/108 | 101/104 |
| Trillingsniveau | ||||
| Trillingsniveauaus in handvat, gemeten volgens EN ISO 22867, m/s2 | ||||
| Bij stationair toerental, linker/rechter handvat, min: | 2,5/2,3 | 2,5/2,3 | 1,6/1,3 | 1,5/2,2 |
| Bij stationair toerental, linker/rechter handvat, max: | 2,5/2,3 | 2,5/2,3 | 2,1/2,4 | 1,5/2,2 |
| Bij vollast toerental, linker/rechter handvat, min: | 1,6/1,8 | 1,6/1,8 | 1,2/1,2 | 1,8/1,5 |
| Bij vollast toerental, linker/rechter handvat, max: | 2,3/3,0 | 2,3/3,0 | 2,1/1,8 | 3,0/2,1 |
Opm.1: Emissie van geluidaar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L_WA) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG.
Opm. 2: Equivalent geluidsdrukniveau wird berekend als de tijdsgewogen energiesom van de geluidsdrukniveauaus in verzillende werkomstandigheden, met de volgende tijdsindeling: 1/2 nullast en 1/2 maximum snugheid.
NB! De geluidsdruk bij hetoor van de gebruiker en trilling van de hendels+zijn gemeten verwijl alle goedgekeurde snijuitrusting voor de machine wasaangebracht. De tabel geeft de hoogste en laagste waarden aan.
TECHNISCHE GEGEVENS
| FC2255, FC2255W | ||
| Goedgekeurde accessoires | Type | Beschermkap voor de snijuitrusting, Artikelnr. |
| Centrumopening in bladen/messen Ø 25,4 mm | Schroefdraad bladas M12 | |
| Grasmaaiblad/grasmes | Multi 275-4 (Ø 275 4-punts) | Set 502 46 49-02 |
| Multi 300-3 (Ø 300 3-punts) | Set 502 46 49-02 | |
| Multi 350-3 (Ø 350 3-punts) | Set 502 46 49-02 | |
| Zaagblad | Maxi 225-24 (Ø 225 24-punts) | 544 01 65-01 |
| Scarlet 200-22 (Ø 200 22-punts) | 537 21 71-01 | |
| Scarlet 225-24 (Ø 225 24-punts) | 544 01 65-01 | |
| Trimmerkop | Trimmy S II | Set 502 46 50-02 |
| Tap-N-Go 45 Spin | Set 502 46 50-02 | |
| Tap-N-Go 55 Spin | Set 502 46 50-02 | |
| F55 | Set 502 46 50-02 | |
| Steunkop | Vast | |
| Met kogellagers | ||
| BC2255 | ||
| Goedgekeurde accessoires | Type | Beschermkap voor de snijuitrusting, Artikelnr. |
| Centrumopening in bladen/messen Ø 25,4 mm | Schroefdraad bladas M12 | |
| Grasmaaiblad/grasmes | Multi 275-4 (Ø 275 4-punts) | 544 16 03-02 |
| Multi 300-3 (Ø 300 3-punts) | 544 16 03-02 | |
| Multi 350-3 (Ø 350 3-punts) | 544 16 03-02 | |
| Zaagblad | Maxi 225-24 (Ø 225 24-punts) | 544 01 65-01 |
| Scarlet 200-22 (Ø 200 22-punts) | 537 21 71-01 | |
| Scarlet 225-24 (Ø225 24-punts) | 544 01 65-01 | |
| Trimmerkop | Trimmy S II | 544 10 74-04 |
| Tap-N-Go 45 Spin | 544 10 74-04 | |
| Tap-N-Go 55 Spin | 544 10 74-04 | |
| F55 | 544 10 74-04 | |
| Steunkop | Vast | |
| Met kogellagers | ||
| MC2255 | ||
| Goedgekeurde accessoires | Type | Beschermkap voor de snijuitrusting, Artikelnr. |
| Centrumopening in bladen/messen Ø 25,4 mm | Schroefdraad bladas M12 | |
| Grasmaaiblad/grasmes | Multi 275-4 (Ø 275 4-punts) | 44 16 03-02 |
| Multi 300-3 (Ø 300 3-punts) | 44 16 03-02 | |
| Multi 350-3 (Ø 350 3-punts) | 44 16 03-02 | |
| Zaagblad | Maxi 225-24 (Ø 225 24-punts) | 544 01 65-01 |
| Scarlet 200-22 (Ø 200 22-punts) | 537 21 71-01 | |
| Scarlet 125-24 (Ø 225 24-punts) | 544 01 65-01 | |
| Trimmerkop | Trimmy S II | 544 10 74-04 |
| Tap-N-Go 45 Spin | 544 10 74-04 | |
| Tap-N-Go 55 Spin | 544 10 74-04 | |
| Hakmes | - | 544 02 65-03 |
| Steunkop | Vast | |
| Met kogellagers | ||
EG-verklaring van overeenstemming (Alleen geldig voor Europa)
Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, telefoon: +46-36-146500, verklaart hierbij dat de motorzeisen Jonsered BC 2255, MC 2255, FC 2255 en FC 2255 W met een serialnummer uit 2007 en verdier (het maar met waaropvolgend het serialnummer worden duidelijk aangegeven op het productplaatje), in overeenstemming zijn met de voorschriften in de RICHTLIJN VAN DE RAAD:
- van 22 Juni 1998 "betreffende machines" 98/37/EG, bijlage IIA.
- van 15 decembe 2004 "betreffende elektramagnetische compatibiliteit" 2004/108/EEC.
van 8 mei 2000 "betreffende geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis" 2000/14/EG. Beordeling van de overeenstemming uitegevoerd volgens Bijlage V. Voor informatie betreffende lawaaiemissies, die hoofdstuk Technische gegevens.
De volgende normen zijn van toepassing: EN ISO 12100-2, CISPR 12:2005, EN ISO 11806
SMP Svensk Maskinprovning AB, Fyrisborgsgatan 3, SE-754 50 Uppsala, Zweden, heeft voor Husqvarna AB een vrijwillige typekeuring uitgevoerd. De certificaten hebben nummer: SEC/07/1180, 01/164/063 - FC 2255, FC 2255 W, SEC/07/1211, 01/164/060, 01/164/064 - BC 2255, MC2255
Huskvarna, 9 maart 2009

SimpelGids